Historicus Bart Wallet slachtoffer van ‘nieuw antisemitisme’

Met veel belangstelling las ik eind vorig jaar de tweedelige historische analyse van het begrip ‘nieuw antisemitisme’ van collega-historicus Bart Wallet in het Nieuw Israëlitisch Weekblad (NIW). Ondanks de heldere en correcte historische analyse van het concept – of ‘begrippenpaar’ zoals Wallet het zelf noemt – ‘nieuw antisemitisme’, is deze echter niet volledig. Hierdoor loopt Bart Wallet als historicus het risico dat zijn analyse misbruikt zal worden – zoals vorige week reeds het geval was – precies vanwege die onvolledigheid die ik hier uiteen ga zetten.

Het begrip ‘nieuw antisemitisme’ vindt zijn oorsprong in de Koude Oorlog zo betoogt Wallet en onderscheidt zich van het oudere Europese vooroorlogse politiek racistisch antisemitisme dat op zijn beurt weer een mutatie is van de Europees christelijk geïnspireerde Jodenhaat van voor de Verlichting. In het communistische blok onder leiding van de Sovjet-Unie waar naast de klassenstrijd begrippen als ras en natie anathema waren geworden, werden Joden met gebruik van oude stereotypen geproblematiseerd en gedemoniseerd als zijnde niet loyaal, kosmopolitisch en dus verbonden met kapitalistische Joden in het westen en Israël. 

Paradoxaal genoeg beriep deze vorm van antisemitisme zich op antiracisme omdat het communistische blok zich geopolitiek gezien in de koude oorlog tegen het kapitalistische Westen verbond met de dekolonisatie-bewegingen in de derde wereld. In het Midden-Oosten betekende dit dat in de Koude oorlog de Sovjet-Unie zich verbond met de Arabische staten tegen Israël. Ook de strijd van de Palestijnen tegen de staat Israël en na 1967 de militaire bezetting en  kolonisatie van de Westoever en Gaza werd gesteund en als een vorm van dekolonisatie gezien. Dit ‘nieuwe antisemitisme’ kreeg hiermee ook een duidelijk anti-Israëlisch en antizionistisch karakter.

Dit kwam duidelijk naar voren in 1975, toen in een door het Oostblok, de derde wereld en Arabische landen gesteunde en daardoor aangenomen resolutie in de algemene vergadering van de VN, zionisme gelijkstelde aan racisme. Dit nieuwe antisemitisme werd dan ook gezien als ‘links’ in tegenstelling tot het vooroorlogse antisemitisme dat als ‘rechts’ gezien werd en in haar meest agressieve vorm – het racistische verlossingsantisemitisme van de nazi’s – tot de Holocaust had geleid. Na de val van de muur in 1989 en de korte toenadering tussen Israël, de Palestijnen en de Arabische staten in de jaren 90 – het vredesproces en de Oslo-akkoorden – verdween het begrip nieuw antisemitisme tijdelijk. Zo werd ook de VN-resolutie uit 1975  waarin zionisme gelijk werd gesteld aan racisme op last van Israël in 1991 ingetrokken in de Algemene Vergadering als voorwaarde voor haar deelname aan het vredesproces.

Volgens Wallet keerde het gebruik van het begrip nieuw antisemitisme weer terug ten tijde van de tweede intifada die aan het begin van de twintigste eeuw het definitieve einde van het vredesproces inluidde en na de aanslagen van 11 september 2001. Met de rond dezelfde periode begonnen War on Terror als gevolg van de aanslagen  op 11 september 2001, ontstond er op ‘links’ en in de Arabische wereld weer een vorm van antiamerikanisme dat ook zijn weerslag had op de houding tegen Israël, de belangrijkste bondgenoot van de VS en de militaire onderdrukker van de Palestijnen. Het ‘nieuwe’ of in feite ‘linkse’ antisemitisme – in tegenstelling tot het oude ‘rechtse’ antisemitisme dat de laatste jaren overigens ook in rap tempo de kop weer opsteekt – heeft volgens Wallet drie basis elementen:  

  1. Vanuit extreem linkse antiracistische ideologie worden Joden niet meer als minderheid of slachtoffer gezien maar als onderdeel van de ‘witte bevoorrechte klasse’.
  2. Arabisch en islamitisch geïnspireerd antisemitisme (ook in Europa) waarbij protest tegen de staat Israël vermengd met traditioneel islamitisch antisemitisme en complottheorieën, leidt tot Jodenhaat waar onderscheid tussen de staat Israël en Joden als groep vaak weg valt. 
  3. Een sterke focus op de staat Israël als ‘collectieve jood’ en ‘Jood onder de staten’ waarbij Israël en joden in de diaspora worden gezien als onderdeel van een groot joods complot.

Wat deze drie elementen verbindt en daarmee vaak als ‘nieuw antisemitisme’ herkenbaar maakt, is dat zij gebruik maken van het (eeuwen) oude Europese culturele archief – een concept van de beroemde, o ironie, Palestijnse taalwetenschapper Edward Said – van Jodenhaat waar het negatieve stereotyperingen van Joden aangaat.

Hoewel dit ‘nieuwe antisemitisme’ of ‘linkse’ antisemitisme dat Wallet hier in drie verschijningsvormen omschrijft in deze vormen zeker te onderscheiden zijn in de Nederlandse publieke opinie, de media en op internet – vooral de laatste twee – ziet hij één veel voorkomende vorm van ‘nieuw antisemitisme’ over het hoofd: namelijk ‘nieuw antisemitisme’ dat geen antisemitisme is ofwel de beschuldiging van ‘nieuw antisemitisme’ als politiek wapen. De reden dat ik standaard reacties op kritische uitingen of meningen over Israël die pertinent geen antisemitisme zijn maar wel als antisemitisme worden voorgesteld of geframed, wel onder het begrip ‘nieuw antisemitisme’ reken, komt onder andere omdat onterechte beschuldigingen van antisemitisme gebruik -of beter misbruik- maken van hetzelfde culturele archief als de vormen van echt nieuw antisemitisme. Daarnaast heeft deze valse beschuldiging dezelfde focus op de staat Israël want de slachtoffers ervan zijn altijd criticasters van de staat Israël of zij die opkomen voor de rechten van Palestijnen. Daarbij dient men zich als eerste te realiseren dat een staat iets anders is dan een volk of een bevolkingsgroep. Bovendien komt de onterechte beschuldiging van antisemitisme voor politieke doeleinden minstens even vaak voor in de publieke opinie als de derde verschijningsvorm die Wallet identificeert, dus het is een op dezelfde manier waar te nemen fenomeen binnen vaak hetzelfde ‘debat’ waar je de betekenis ‘nieuw antisemitisme’ op zou kunnen plakken.

Want kritiek op de staat Israël of steun voor het Palestijnse volk wordt dan – vaak onterecht – automatisch als ‘antizionisme’ geframed. De historische analyse van Wallet ten spijt, voor de Israël-lobby wordt het label van dit nieuwe of ‘linkse’ antisemitisme vaak maar op één manier gebruikt: de staat Israël gelijk stellen aan Joden als volk of bevolkingsgroep. In die zin onderscheidt de Israël-lobby dit vermeende antisemitisme als nieuw ten opzichte van het oude ‘rechtse’ en ‘linkse’ echte antisemitisme. 

Een voorbeeld. Wallet constateert is zijn stuk dat op het gebied van de definitie van antisemitisme er een verhit debat is over de zogenaamde IHRA-definitie antisemitisme. Omdat daar een aantal voorbeelden van anti-Joodse stereotyperingen van de staat Israël aan gehangen zijn. Die voorbeelden of de zogenaamde dubbele standaard ten opzichte van Israël die ook als voorbeeld opgenomen is – zo stelt de definitie – kunnen antisemitisch zijn. Die voorbeelden dienen als hulpmiddel om antisemitisme te kunnen herkennen. Echter, de Israël-lobby misbruikt die definitie door te stellen dat die voorbeelden of ‘dubbele standaard’ per definitie antisemitisme zijn. Als, jawel, ‘nieuw antisemitisme’. 

Dus Israël een apartheidsstaat noemen – en de al 52 jaar durende militaire bezetting en ongelijke behandeling van Palestijnen ten opzichte van Joodse kolonisten op de westoever of de in 2018 aangenomen Natiestaatwet zijn daadwerkelijke vormen van apartheid – is volgens de Israël-lobby antisemitisme. Omdat Israël racistisch noemen volgens de IHRA-definitie een voorbeeld is van het ‘ontkennen van het zelfbeschikkingsrecht van het Joodse volk’. Niet kan zijn zoals de definitie stelt maar is. Besteedt een organisatie veel aandacht aan de mensenrechtenschendingen van Israël op de Westoever maar minder of helemaal niet aan die van China (Tibet) Marokko (Westelijke Sahara) dan is zo’n organisatie – bijvoorbeeld de VN –  antisemitisch volgens de Israël-lobby. Sowieso zijn bijvoorbeeld BDS en alle Palestijnen derhalve altijd antisemisch volgens deze redenering. Deze onterechte beschuldigingen van antisemitisme (nieuw antisemitisme) op basis van de IHRA-definitie lopen inmiddels zo uit de hand dat zij een aanslag op de vrijheid van meningsuiting is geworden. Reden voor de opsteller van deze definitie, de wetenschapper Kenneth Stern, om zich tegen zijn eigen definitie te keren.

Nu denkt de lezer of Bart Wallet wellicht dat ik overdrijf maar het wordt nog erger. Volgens Bart Schut, de adjunct-hoofdredacteur van het NIW – het weekblad waar Wallets essay in verscheen –  is het ter discussie stellen van het misbruik van de IHRA-definitie antisemitisme inmiddels ook al antisemitisme. In 2019 nam de PvdA als partij de IHRA definitie aan als de te hanteren definitie van antisemitisme. Op het afgelopen congres in maart nam de partij echter ook met grote meerderheid een motie aan die opriep om het misbruik van de IHRA definitie voor onterechte beschuldigingen van antisemitisme tegen te gaan. De PvdA herriep de definitie dus niet maar brak een lans voor de vrijheid van meningsuiting op dit onderwerp en riep op om misbruik tegen te gaan. Zoals de opsteller van de definitie zelf, Kenneth Stern, al eerder deed. Dit was dus reden voor Bart Schut om de PvdA als een ‘bruine partij vol jodenhaters’ en ‘institutioneel antisemitisch’ te betitelen. ‘Bij de PvdA zijn ze dol op dode Joden. De levenden mogen de zee ingedreven worden. Liefst de Middellandse zee maar de Noordzee is ook goed’ aldus Schut.

Je zou je kunnen afvragen of het verstandig was van Bart Wallet om zijn essay te publiceren in een blad dat op zo’n overduidelijke manier gebruik maakt van de door mij gedefinieerde vorm van ‘nieuw antisemitisme’ die hij over het hoofd zag. Want het is zijn genuanceerde analyse van ‘nieuw antisemitisme’ waarin hij de koppeling maakt met Israël die mede legitimiteit verleend aan de onterechte beschuldigingen van antisemitisme die in hetzelfde blad structureel worden geuit. Het politiek misbruik van de antisemitisme beschuldiging is natuurlijk zo effectief vanwege het nog bestaande echte antisemitisme dat Wallet in zijn essay omschrijft en dat op zijn beurt vanuit het culturele archief verbonden is met het verlossingsantisemitisme van de Nazi’s dat leidde tot de grootste massamoord en misdaad uit de menselijke geschiedenis. Personen of organisaties die op hierboven omschreven manier onterecht van antisemitisme beschuldigd worden, worden buiten de discussie over Israël gedwongen. Dat is het voornaamste doel van het door mij gedefinieerde en door de Israël-lobby gebruikte ‘nieuwe antisemitisme’.

Helaas is het essay van Bart Wallet met medeweten van Wallet zelf inmiddels letterlijk gebruikt om onterechte beschuldiging van antisemitisme te ondersteunen en daarmee te legitimeren. De organisatie Christenen voor Israël stuurde begin maart een brief naar alle kerken met de oproep te bidden voor het Joodse volk en de staat Israël. De directe aanleiding voor deze brief is de aankondiging van het Internationale Strafhof om onderzoek te gaan doen naar Israëlische oorlogsmisdaden. Dit wordt in de brief voorgesteld als onderdeel van de buitenproportionele kritiek op de staat Israël en samen met BDS en antizionisme als ‘antisemitisme’ geframed. Bij de brief werd een pamflet verstuurd met vier artikelen waaronder een verkorte versie van het essay van Wallet waar hij zelf toestemming voor verleende. 

Een van de andere artikelen werd geschreven door Hanna Luden van de Israël-lobby organisatie CIDI waarin wederom onomwonden allerlei zaken die duidelijk met kritiek op Israël of antizionisme zoals BDS te maken hebben, als antisemitisme afgeschilderd worden. En op een hoop gegooid worden met de racistische antisemitische aanslagen in Duitsland en de VS. Opperrabbijn Jacobs die ook een artikel schreef voor dit pamflet maakt het nog bonter met zijn letterlijke stelling: ‘Israël = Joden en Joden = Israël, antizionisme en antisemitisme zijn (…) één en hetzelfde.’ 

Ik kan mij niet voorstellen dat Wallet zich als historicus senang voelt bij het gebruik van zijn op zich interessante, genuanceerde maar zoals blijkt onvolledige analyse van het fenomeen ‘nieuw antisemitisme’ in deze context. Is het een faux pas dat hij toestemming gaf voor het gebruik van zijn verkorte essay? Of is hij het gewoon eens met het politieke ‘nieuwe antisemitisme’ dat de Israël-lobby structureel aanwendt om de vrijheid van meningsuiting rond het Israëlisch-Palestijns conflict te beperken ten behoeve van de staat Israël? Zo nee, dan ben ik benieuwd hoe hij mijn aanvulling op zijn essay in NIW inschat en ben ik benieuwd naar zijn reactie.

Jan Tervoort

Waardeer dit artikel!

Als je dit artikel waardeert en je waardering wilt laten blijken met een kleine bijdrage: dat kan! De opbrengst is bestemd voor de auteur.

Mijn gekozen donatie € -

Fotocredit: By joshuapiano – Flag, CC BY 2.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=37450293

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.